Kennismodel en structuur FORA
Het kennismodel van de FORA laat zien welke soorten elementen in de FORA worden gebruikt en hoe die met elkaar samenhangen. Denk aan bedrijfsdomeinen, bedrijfsfuncties, processen, informatieobjecten, rollen en actoren, en referentiecomponenten.
De verschillende views in de FORA laten steeds een selectie van deze elementen en relaties zien, afhankelijk van het onderwerp of perspectief. Het kennismodel helpt dus om te begrijpen hoe de FORA is opgebouwd en welke soorten bouwstenen daarin worden gebruikt.
Structuur van de FORA
Om structuur te geven aan de grote hoeveelheid informatie in de referentiearchitectuur zijn er een aantal groeperingen gemaakt. Zo zijn alle modellen gegroepeerd in drie categorieën: Processen, Informatie en Applicaties.
Bedrijfsdomeinen
De FORA is opgedeeld in bedrijfsdomeinen. Dit zijn inhoudelijke gebieden die worden gebruikt om de rest van de inhoud van de FORA te ordenen. Binnen het bedrijfsdomein Onderwijs vallen bijvoorbeeld alle taken, verantwoordelijkheden, systemen en gegevens die direct raken aan het verzorgen van onderwijs. Andere voorbeelden van bedrijfsdomeinen in de FORA zijn Schoolleiding, Bedrijfsvoering en Leerlingbegeleiding en -zorg.
Bedrijfsfuncties
Een bedrijfsfunctie representeert een clustering van verantwoordelijkheden en taken die soortgelijke kennis, vaardigheden, competenties en/of middelen vragen. Een bedrijfsfunctie geeft aan wat een organisatie doet, onafhankelijk van hoe dat wordt uitgevoerd. Dat laatste wordt beschreven in processen.
- De FORA onderscheidt alleen bedrijfsfuncties op het hoogste niveau: hoofdbedrijfsfuncties.
- Daarbinnen vallen hoofdprocessen die concretere taken representeren. Een voorbeeld van een hoofdbedrijfsfunctie in de FORA is Onderwijsuitvoering, met daarbinnen bijvoorbeeld het hoofdproces Toetsen.
Zie het Hoofdbedrijfsfunctiemodel voor een overzicht van de bedrijfsfuncties ›
Processen
Een proces representeert gedrag. Een proces geeft inzicht in de totstandkoming van een resultaat of deelresultaat, dus in hoe een organisatie dat doet. Processen zijn daarmee een invulling van bedrijfsfuncties.
- De FORA onderscheidt hoofdprocessen op het hoogste niveau (zie Hoofdprocesmodel).
- Daarbinnen liggen meer gedetailleerde bedrijfsprocessen en werkprocessen. Een voorbeeld van een bedrijfsproces in de FORA is Registreren verzuim, met daarbinnen bijvoorbeeld het werkproces Classificeren afwezigheid.
- Indien nodig zijn er binnen de bedrijfs- en werkprocessen processtappen gedefinieerd die concretere activiteiten representeren.
Het laagste niveau is de werkinstructie, maar die is organisatiespecifiek en wordt niet in de FORA beschreven.
Ga naar de pagina Procesmodellen voor meer informatie ›
Informatie
Een informatieobject representeert een op zichzelf staand geheel van gegevens dat als eenheid wordt gebruikt binnen een bepaald bedrijfsdomein. Een informatieobject kan enkelvoudig zijn of samengesteld uit andere informatieobjecten. Voorbeelden van informatieobjecten in de FORA zijn Schoolplan in de informatiemodellen voor Strategie en beleid en Beleid en planning, en Toets in het informatiemodel voor Onderwijsuitvoering.
- Informatieobjecten worden gebruikt en/of geproduceerd door processen. Ze kunnen ook worden uitgewisseld tussen een onderwijsinstelling en andere partijen.
- Informatieobjecten zijn in onderlinge samenhang gebracht in diverse informatiemodellen.
Zie Informatiemodellen voor meer informatie ›
Referentiecomponenten en applicatieservices
Een onderwijsorganisatie gebruikt verschillende soorten systemen waarvoor concrete softwarepakketten of -diensten worden ingezet. Zo’n soort systeem wordt, net als in veel andere referentiearchitecturen, in de FORA een referentiecomponent genoemd.
- Een referentiecomponent is een functionele afbakening van een modulair, zelfstandig inzetbaar en vervangbaar systeem, of een vervangbaar deel daarvan.
- Die functionele afbakening wordt bepaald door een bundeling van functionaliteiten, ook wel applicatieservices genoemd, die door de referentiecomponent worden gerealiseerd. Denk bijvoorbeeld aan een Leerlingadministratiesysteem, een Toetssysteem of een Personeelsysteem, waarvan de functionaliteit wordt ingevuld door concrete softwarepakketten. Eén softwarepakket kan daarbij de functionaliteiten van meerdere referentiecomponenten invullen. De softwarepakketten zelf zijn geen onderdeel van de FORA.
Zie Applicatiemodellen voor meer informatie ›
Rollen en actoren
Als onderwijsorganisatie heb je te maken met allerlei partijen waarmee je bijvoorbeeld informatie uitwisselt. In de FORA zijn die partijen opgenomen als rollen of actoren.
- Actoren zijn concrete partijen, zoals bijvoorbeeld DUO, waar alle onderwijsorganisaties mee te maken hebben.
- In veel gevallen hebben onderwijsorganisaties niet met dezelfde actor te maken, maar wel met partijen die voor verschillende organisaties dezelfde rol vervullen. Denk bijvoorbeeld aan scholen die elk een eigen keuze maken in de te gebruiken toetsleverancier(s). In dat geval is in de FORA de rol van toetsleverancier benoemd, zonder dat alle concrete partijen die als toetsleverancier kunnen optreden zijn opgenomen.
Zie rollen en verantwoordelijkheden voor meer informatie ›
Modellen en views
De FORA omvat één samenhangend architectuurmodel. Als alle onderwerpen en hun onderlinge relaties in één diagram getekend zouden worden, zou een onontwarbare kluwen van lijnen ontstaan. De inhoud van het model wordt daarom steeds getoond vanuit een bepaald perspectief, waarbij delen van de inhoud die voor dat perspectief niet relevant zijn weggelaten worden.
- Het beeld dat zo op (een deel van) de inhoud van de FORA ontstaat, wordt een view genoemd. Eén enkele view toont dus een (deel)model voor een bepaald aspect van de FORA vanuit een bepaald perspectief (viewpoint).
- Dat perspectief bepaalt, afhankelijk van het verhaal dat je met de view wilt vertellen, welke elementen en relaties in de bijbehorende view moeten worden getoond. Daarmee wordt ook bepaald hoe de informatie in de view kan worden gelezen.
- Alle views tezamen tonen het volledige architectuurmodel.
Bekijk een overzicht van alle modellen ›
Modelleertaal en -tooling
De FORA maakt gebruik van ArchiMate als modelleertaal. Dat maakt het makkelijker begrijpbaar en herbruikbaar.
- De betekenis van de symbolen in de architectuurplaten is terug te vinden in de ArchiMate-glossary.
- Meer informatie over ArchiMate, en de ondersteunende tool Archi, vindt u in de Archimate-wijzer.
Lees meer over modelleren met Archimate ›
Onderwijsbegrippen
In de FORA worden veel begrippen gebruikt om processen, rollen, informatieobjecten en referentiecomponenten te beschrijven. Denk aan begrippen als leerlingdossier, arrangement, leerroute of toetsresultaat. Als niet duidelijk is wat zo’n begrip precies betekent, wordt het lastig om modellen goed te lezen, keuzes goed te onderbouwen en afspraken goed vast te leggen. Daarom hanteren we voor alle begrippen de definitie van onderwijsbegrippen.nl.
Lees meer over de onderwijsbegrippen ›