De digitale leeromgeving in kaart
De digitale leeromgeving bestaat vaak uit meerdere applicaties, platforms en koppelingen. Deze poster helpt je om samen zichtbaar te maken welke onderdelen je gebruikt, hoe ze samenhangen en welke rol ze spelen in het onderwijsproces.
Waarom deze poster gebruiken?
In veel scholen groeit de digitale leeromgeving stap voor stap. Daardoor is niet altijd meer duidelijk welke applicaties waarvoor worden gebruikt, hoe ze zich tot elkaar verhouden en waar overlap of afhankelijkheden zitten.
Met deze poster breng je de digitale leeromgeving in één overzicht in beeld. Dat helpt om samen het gesprek te voeren over inrichting, gebruik, keuzes en doorontwikkeling.
Wat brengt deze poster in beeld?
De poster helpt je om te bespreken:
- welke applicaties en platforms onderdeel zijn van de digitale leeromgeving;
- welke rol die onderdelen spelen in het onderwijs;
- hoe de verschillende onderdelen met elkaar samenhangen;
- waar overlap, ontbrekende schakels of verbeterkansen zitten.
Zo ontstaat een gedeeld beeld van de digitale leeromgeving, zonder dat je meteen alles technisch hoeft uit te werken.
Wanneer is deze poster handig?
Deze poster is vooral bruikbaar als je:
- overzicht wilt krijgen van de digitale leeromgeving;
- met collega's in gesprek wilt over de inrichting van het onderwijslandschap;
- keuzes wilt voorbereiden rond vervanging, vernieuwing of standaardisatie;
- wilt bespreken hoe applicaties het onderwijsproces ondersteunen.
Download de poster
Klik op de afbeelding om de poster als pdf te openen.
Zelf aan de slag
1. Zet de belangrijkste onderdelen van de digitale leeromgeving op de poster
Begin met de applicaties en platforms die in de dagelijkse onderwijspraktijk het meest zichtbaar zijn. Denk aan elektronische leeromgevingen, administratiesystemen, communicatiemiddelen, leermiddelen en toetsapplicaties.
Tip: nodig collega's uit uit onderwijs, ict en informatievoorziening, zodat je verschillende perspectieven meeneemt.
2. Bespreek welke rol elk onderdeel speelt
Kijk per applicatie of platform welke functie het heeft in het onderwijsproces. Gaat het om plannen, uitvoeren, begeleiden, communiceren, registreren of evalueren?
Tip: benoem niet alleen de naam van een systeem, maar ook waarom het gebruikt wordt.
3. Kijk naar samenhang, overlap en afhankelijkheden
Gebruik de poster om te bespreken welke onderdelen logisch op elkaar aansluiten en waar overlap of verwarring zit. Zo zie je sneller waar applicaties dubbel werk veroorzaken of waar een schakel ontbreekt.
Tip: markeer systemen die door meerdere doelgroepen gebruikt worden of die cruciaal zijn in het onderwijsproces.
4. Kies een logische vervolgstap
Gebruik het overzicht als basis voor een vervolgstap die past bij je vraag. Dat kan bijvoorbeeld een verdere analyse van het applicatielandschap zijn, een gesprek over applicatierationalisatie, een bespreking van informatie-uitwisseling of een keuze over doorontwikkeling van de digitale leeromgeving.
Tip: kies eerst één deelgebied, zoals communiceren, begeleiden of toetsen, als je het klein wilt houden.